De cello als gitaar en danspartner, een zingende bassdrum als surrealistisch dier en het lichaam van een danser dat geen geluid maakt als je erop strijkt.
SOIL maakt muziektheater in dialoog met componisten, beeld- en geluidskunstenaars, dansers, mimespelers, acteurs, de zwaartekracht en de elementen. In de confrontaties met andere podiumkunsten ontstaat het verhaal wanneer verschillende disciplines elkaar versterken.
Hier transformeert de muziek de betekenis van het beeld of de ruimte, verdraait het de handeling en laat het de stilte keihard kraken.
SOIL contrasteert verschillende muziekstijlen op een scala aan bestaande- en zelfgemaakte instrumenten, trillende decorstukken en sudderende gebruiksvoorwerpen.
‘De muziek is zowel doelmatig als wonderbaarlijk, verschuivend van harmonie naar de meest akelige kortsluitingen’. Hans van Dam over ‘Wordt Aan Gewerkt, AD 1-10-‘07